Onderzoeker Jacco Kromkamp bij een van de tanks waar onderzoek wordt gedaan naar algen. FOTO: Carrie Frederiks
Onderzoeker Jacco Kromkamp bij een van de tanks waar onderzoek wordt gedaan naar algen. FOTO: Carrie Frederiks (Foto: Carrie Frederiks)

Het Oosterscheldegevoel

Jacco Kromkamp is als senior onderzoeker werkzaam op de afdeling Estuariene en Delta Systemen van het NIOZ (Koninklijk Nationaal Instituut voor Onderzoek der Zee). Hij is daar sinds 1989 werkzaam en heeft gezien hoe het systeem van de Oosterschelde in de loop der tijden veranderde. Vanuit zijn professie laat Kromkamp in het kort zijn licht schijnen over hoe de Oosterschelde was, is, en welke uitdagingen er in de toekomst zijn voor het grootste en natste Nationale Park van Nederland. Daarbij kijkt hij vooral naar de eencellige organismen in het water; zeg maar het gras van de zee. Wat namelijk niet veel mensen weten, is dat de helft van alle zuurstof die we inademen door eencellige algen, op zee en in gebieden als de Oosterschelde, wordt geproduceerd.

door Carrie Frederiks

Vanuit de kantine van het NIOZ is het uitzicht op de Oosterschelde adembenemend. Het is opkomend water maar de zandplaten, slikken en schorren zijn nog zichtbaar. In de zachte winterzon strekt de Oosterschelde zich als een blauw-gouden tapijt uit. Scholeksters pikken driftig in het vochtige zand op zoek naar iets eetbaars; een lepelaar zoekt op zijn karakteristieke wijze naar voedsel, een drietal kleine zilverreigers huppelt opgewonden om hem heen.

Charme

Jacco Kromkamp vertelt dat hij de Oosterschelde niet alleen als wetenschapper bekijkt. "Ik geniet wel degelijk van de schoonheid. Daarbij vind ik de inlagen het mooist. Maar als het zoals vorig jaar een koude winter is, kan ik ook vreselijk genieten van die enorme pakken drijfijs; of van een winterse zonsopkomst als de masten van de windmolens aan de overkant zich aftekenen in een prachtige oranjerode streep. Het leuke vind ik dat het Oosterscheldelandschap continue verandert. Dat is de charme van het gebied.

Eencellige algen

De eencellige algen vind je hier ook op de platen. Die algen hebben een handig kunstje: ze kunnen namelijk migreren. Zodra het dag is komen ze tijdens eb tevoorschijn maar als het donker is blijven ze beneden. Die algen dragen een uniek deel van het voedselketen omdat ze als eten voor allerlei schelpdieren en kleine kreeftachtigen dienen. Een andere belangrijke eigenschap is dat ze suikers uitscheiden; een soort kleverige substantie. Tijdens het migreren kitten ze daarmee het zand als het ware aan elkaar waardoor het veel resistenter is tegen erosie.

Invloed stormvloedkering

Volgens Kromkamp zijn door de bouw van de stormvloedkering en door het afdammen van de rivieren belangrijke dingen in de Oosterschelde gebeurd: "Ten eerste is het water minder snel gaan stromen. Daardoor is de opwervel minder geworden en is het water helderder. Ten tweede is door de afdamming de zoutgradiënt in de Oosterschelde bijna verdwenen. Dat wil zeggen dat er geen zoete plekken meer zijn. En ten derde komt er minder voedsel voor de algen naar binnen."

Gevolgen voor de algen

De vraag die hieruit voortvloeit is wat er door die veranderingen gebeurt met die microscopisch kleine algen die als voedsel voor oesters en mosselen en wadpieren dienen. Kromkamp: "Aan de ene kant komt er meer licht binnen waardoor ze harder groeien; aan de andere kant komt er minder voedsel binnen wat die groei juist belemmert. De eerste jaren konden we geen verschil constateren. Een van de redenen daarvan is dat schelpdieren zorgen voor de recycling van de voedingsstoffen. Maar toch hebben zich een paar heel belangrijke veranderingen voorgedaan. We denken dat dit te maken heeft met de explosie aan de Japanse oesters. Het volume van de Oosterschelde werd iedere vier dagen gefilterd door de mosselen. Die algen moesten dus vrij snel groeien om het bij te benen. Maar oesters filteren meer water dan mosselen en door de komst van de Japanse oester, denken we dat er nu te veel schelpdieren zijn. Die algen kunnen het gewoon niet meer bijgroeien. Dat betekent dat het dus ook geen zin meer heeft om er meer voedselstoffen in te laten.

Onderzoek naar draagkracht

Er is nu overbegrazing en dus geen ruimte om nieuwe MZI's toe te voegen. Dat heeft geen zin. De algen kunnen het niet aan. Dat is tenminste de hypothese tot 2012. Door een reorganisatie zijn wij toen ons onderzoeksschip kwijtgeraakt en moesten we het onderzoek stoppen. Daarna kwamen het herpesvirus en de oesterboorder die een flinke oestersterfte tot gevolg hadden. Op de vraag of er daardoor nu wel meer ruimte is, kunnen we op dit moment geen antwoord geven. Volgend jaar gaan we toch weer naar de draagkracht van het systeem kijken. Er staat nu bij Yerseke een paal met sensor waarmee we de waterkwaliteit kunnen bekijken. Daarnaast willen we het onderzoek naar de algengroei herstarten dat we in 2012 noodgedwongen moesten stoppen."

Lage visstand

Een ander probleem is dat er in de Oosterschelde een vrij lage visstand is van pelagische vissoorten. "De vraag is hoe dat komt. Die vis eet geen wormen zoals platvis, maar zoöplankton: kleine kreeftachtigen ter grootte van een paar millimeter. We denken nu dat dit zoöplankton zwaar wordt begraasd door de schelpdieren. Dat willen we onderzoeken. We zijn recent ook begonnen met een onderzoek om zoöplankton te herintroduceren: de route naar herstel van de visstand."

Zandhonger

Een ander probleem waar de Oosterschelde mee te kampen heeft, is zandhonger. Door de stormvloedkering nam de stroming af. De geulen zijn te diep en de stroming is te zwak. Daardoor wordt het zand niet meer teruggeworpen op de platen. Dat wist men al toen de stormvloedkering werd gebouwd maar toen had bescherming van de bevolking prioriteit.Tegenwoordig ervaart men dit als een probleem . Je zou het kunnen tegengaan met kunstmatige oesterriffen of met zandsuppletie. Met dat laatste kun je de erosie vertragen, maar als je zand op de platen gooit gaat alles dood en duurt het jaren voordat het zich herstelt.

Meer berichten