Afbeelding
Foto: Quaeris Media

“De underdog is soms ook mijn grootste vijand”

Column

Wat ik mooi vind aan mijn werk als advocaat, is het opkomen voor de underdog. Die underdog is soms ook mijn grootste vijand. Zo zijn mensen geneigd om in een politieverhoor hun hele levensverhaal op tafel te gooien. Voorafgaand aan zo’n verhoor druk ik mensen altijd op het hart om zo kort en bondig mogelijk antwoord te geven op vragen die de politie stelt. 

Eenmaal binnen, en vooral wanneer een politieagent een stilte laat vallen, gaan vaak alle remmen los. Op de vraag of iemand dan een winkeldiefstal heeft gepleegd, volgt een uiteenzetting van zijn/haar liefdesleven en hoe de kindertijd is verlopen. Oké.

Dat de underdog niet zo goed luistert naar adviezen is al vaker gebleken. Zo had ik laatst een zitting waarbij het er echt naar uitzag dat mijn cliënt zou worden vrijgesproken. Het DNA-bewijs was in zijn voordeel, dus ik had een ijzersterk pleidooi. Voorafgaand aan de zitting sprak ik mijn cliënt, maar hij kwam met een totaal ander verhaal op de proppen. Ik raadde hem meermaals aan zich bij zijn eerste verklaring te houden. Je voelt het al aankomen; niet geluisterd en keihard veroordeeld...

Sommige underdogs houden ervan mij de schuld te geven, als ze er niet meer uitkomen: “Ja, maar dat moest ik van mijn advocaat zeggen.” En bedankt! Wat ook niet helpt, is helemaal uit je stekker gaan. Vorige week nog besloot mijn cliënt de officier van justitie uit te schelden. Het slachtoffer beledigen door deze satan te noemen, is ook altijd een slecht idee. De ervaring leert ook dat de underdog vrij onvoorspelbaar is. Dit leidt vaak tot hilarische situaties op zitting. Inmiddels ben ik dan ook expert in het opzetten van een pokerface. Zo besloot een cliënte aan de rechter-commissaris te laten zien dat ze geen ondergoed droeg. Die zat daar vast echt op te wachten! Of een cliënt die werd verdacht van schennis; het tonen van zijn geslachtsdeel in het openbaar. Op zitting wilde hij dat om de een of andere reden voordoen. Gelukkig kon ik dat voorkomen.

Een interessant object is ook de microfoon in de zittingszaal. Mijn cliënt besloot uit woede daar keihard tegen te slaan, wat voor een heel hard geluid zorgde. Ook minderjarigen testten de microfoon regelmatig uit door daar heel hard in te blazen of erover te wrijven. Vaak schrikt iedereen zich dan kapot. 

Terugkerend zijn ook cliënten die zich op hun zwijgplicht beroepen. Een verdachte heeft het recht om te zwijgen, maar om daar nou een plicht van te maken? Sommige underdogs ontkennen zich schuldig te hebben gemaakt aan huishoudelijk geweld. Ik zie het dan voor me dat ze echt geen ruzie hebben gemaakt met de stofzuiger. 

Hoe de rechter nou aangesproken moet worden, verschilt ook per keer. Soms is dat ‘majesteit’, maar het kan gerust ook ‘gozer’ of ‘jonguh’ zijn. 

Ook bij politieverhoren moet ik regelmatig mijn lach inhouden. Een cliënte beweerde steevast dat zij 1,32 meter kort was. Klein rekenfoutje. Een andere cliënt werd geconfronteerd met afbeeldingen die op zijn computer waren aangetroffen. “Kunt u vertellen wat u hier ziet meneer?” “Papier.” Of iemand die overtuigend antwoordt op de vraag of hij medicijnen gebruikt: “Jazeker, ik gebruik al sinds mijn zestiende speed!”

Het blijft mooi, opkomen voor die underdog.

Digitale krant